Elk Italiaans kookboek waarschuwt de lezer meteen. Er bestaat niet één Italiaanse keuken, maar elke regio heeft zijn eigen ‘tipici’. Zo eet je in Le Marche en Umbrie veel ‘in porchetta’. Dat betekent vlees, voornamelijk konijn, bereid met wilde venkel (lees hierover meer in het artikel Viva Venkel).

Onze Mantovaanse vriend Mario weet dat niet te waarderen. Hij eet zijn vlees het liefst met Mostarda, een zoetpittige vruchtengelei met een zeer sterke mosterdsmaak. Mario doet ook graag overal boter door en dat vindt men hier op hun beurt vreselijk. Zijn vrouw komt hier uit de buurt en zij moet altijd in twee pannen eitjes bakken: een in olijfolie en een in boter.

Gino, uit de provincie Latina in Lazio, gebruikt heel vaak kappertjes. Kennissen uit Abruzzo stoppen in vrijwel elke pastasaus een lekker pittig pepertje. We hopen snel een keer van de keuken van Sicilie te kunnen genieten, waarin citroenen een onmisbaar ingredient zijn. Al deze verschillen zijn een continue bron van discussies tussen Italianen uit alle windstreken. Ze zijn er allemaal van overtuigd dat de enige juiste versie van een gerecht komt uit de streek waar het bedacht is. Hier zijn de mensen namelijk al honderden jaren bezig de smaak te perfectioneren, terwijl koks uit andere streken de gerechten pas vrij recentelijk ontdekt hebben. Ook heeft elke regio zijn lokale producten, die daar het beste groeien of grazen en dus de lekkerste en verste ingredienten opleveren. Bestel in de bergen dus geen vis en in Le Marche geen Mozzarella di Bufala, maar probeer juist altijd de streekgerechten te eten, want dan eet je echt het lekkerst!