Deze winter houden wij ons warm door bouwwerkzaamheden aan de stallen en wijnkelders onder ons huis. Dat is wel nodig in een Italiaanse landhuis met enkelglas en slechts één openhaard. Als vrouw des huizes ben ik natuurlijk ook blij met het lichamelijk werk als warmhoudertje, maar dat zorgt wel voor enige ongemakkelijkheid bij de uitsluitend mannelijke werklui. Ook bij werkbesprekingen steek ik mijn neus er nieuwsgierig tussen en als de mannen om “benzina” (wijn of koffie) vragen, worden ze minstens zo vaak door de man des huizes bediend.
Toen ik in een historisch koud november HP alleen achter moest laten om op familiebezoek te gaan, voelde ik mij toch wel enigszins bezwaard. Waar ik niet op had gerekend is het trouwe medeleven van de mannelijke buurtbewoners. “Is je vrouw twee weken weg? Wie kookt er dan voor je?!” Als HP zijn Italiaanse vrienden vertelt, dat hij behoorlijk goed kan koken, dan kijkt men hem vaak ongelovig aan en als Hollandse pannenkoekenbakker was hij een ware bezienswaardigheid op het afgelopen dorpsfeest.
Italiaanse mannen weten veel over koken, maar ze staan meestal als beste stuurlui aan wal. Koken en het huishouden is in onze streek nou eenmaal geen mannenwerk. HP heeft niet veel moeite met deze geringe Marchegiaanse geëmancipeerdheid. Hij is namelijk twee weken lang elke avond uitgenodigd om lekker bij één van de bouwvakkers te eten. Oh nee, bij de vrouw van de bouwvakker natuurlijk.