Een Italiaanse herfst is niet compleet zonder kastanjes. Van september tot en met december worden tamme kastanjes geoogst en op vele manieren voor het dagelijke menu gebruikt. Vroeger was de kastanje een goedkoop voedingsmiddel. Men zocht kastanjes in de bossen en maakte er meel van voor pasta of gebak of at ze als vervanging voor aardappels.
Vandaag de dag zijn de kastanjes vrij kostbaar geworden, omdat het zoeken, pellen en verwerken zeer arbeidsintensief is. Je kan hier toch overal de ‘castagne’ of ‘marroni’ in de winkel vinden of in een kraampje langs de weg. ‘Marroni’ zijn de gecultiveerde versie en zijn dus ook meestal iets groter, prefecter en glimmender van uiterlijk.
Vaak worden de kastanjes geroosterd boven de haard of een open vuurtje buiten. Waar maar een beetje gezelligheid is, vind je in de herfstmaanden altijd wel een kraampje met geroosterde kastanjes. Thuis roosteren kan natuurlijk ook, hiervoor koop je een speciale koekepan met gaatjes in de bodem. Kastanjemeel wordt gebruikt voor pasta, gnocchi of gebak, zoals de heerlijke zoete ‘castagnoles’ voor carnavale. Kastanjes zijn overigens ook erg gezond, dus snel de bossen in!
De olijfmolen draait nog op volle toeren in Italie. Alle olijven worden in grote zakken of kisten door de boeren naar de ‘oleificio’ van de streek gebracht. Daar gaan de olijven op de grote hoop tenzij een boer meer dan ca. 250 kilo van eigen land haalt.
In deze gure maanden voelt iedereen zich wel eens een moment niet helemaal fit. Zit er een griepje aan te komen? Had ik toch een sjaal om moeten doen? Op dit soort momenten kan de Siciliaanse kruidenlikeur Averna wonderen doen. Het is niet alleen erg lekker, maar het lijkt echt griepjes en verkoudheden te onderdrukken door het wonderlijke kruidenmengsel dat de gebroeders Averna al in 1868 bedachten. Een goede smoes toch?!
Dat Italie een samenraapsel is van vrij autonome regio’s, dat weten de meeste kookliefhebbers maar al te goed. Elke Italiaanse regio heeft zijn specialiteiten. Niet alleen op het gebied van receptuur, maar ook op het gebied van de ingredienten. Sicilie staat bijvoorbeeld wereldwijd bekend om haar ‘agrumi’, de citrusvruchten. De zoetste en lekkerste sinaasappels komen nou eenmaal uit Sicilie, dat vindt vrijwel elke Italiaan. In heel Italie zie je dan ook Siciliaanse sinaasappelwinkeltjes. Hele winkels vol met alleen maar grote stapels sinaasappels en een paar andere citrusvruchten, zoals natuurlijk citroenen en grapefruit.
Twee wereldberoemde kazen uit Italie zijn de ‘Grana Padano’ en de ‘Parmigiano Reggiano’. In Nederland worden ze vaak allebei Parmezaanse kaas genoemd en het verschil tussen de twee is dan ook minimaal. De smaak van Grana is over het algemeen wat zachter dan de wat intensere Parmigiano. Dit verschil heeft vooral te maken met het voer dat de koeien krijgen. De Parmigiano koeien krijgen over het algemeen vers gras en hooi, omdat de kaas alleen in de lente en zomer gemaakt mag worden. De Grana koeien krijgen het hele jaar door vaak persvoer (ingemaakt gras). Ook de rijpingstijd van de twee kazen is verschillend. De Parmigiano moet tenminste 12 maanden rijpen en de Grana mag zich na 9 maanden al Grana noemen.